Algemeen

A. De Ignatiaanse pedagogie in 10 bewegingen

Een hedendaags opvoedingsproject voor de Vlaamse jezuïetencolleges

1. vertrouwen geven – Inzetten op vrijheid en verantwoordelijkheid

Vertrouwen geven is het uitgangspunt van de ignatiaanse pedagogie en daarmee de hoeksteen van onze schoolcultuur. Dankzij het vertrouwen dat we van anderen ontvangen, kunnen we leven, groeien en ons ontwikkelen. De leerkracht geeft vertrouwen nog voor het verdiend is, het is een geschenk aan de leerlingen. Ook als leerlingen dwarsliggen, blijven we erop vertrouwen dat zij in wezen goed zijn en dat met elk van hen een leerproces mogelijk is.
Ons vertrouwen is erop gericht dat leerlingen, binnen veilige kaders, zelf verantwoordelijkheid dragen en leren omgaan met vrijheid. Activiteiten waaraan leerlingen zelf een zinvolle invulling mogen geven, zijn een enorme leerschool. Naarmate ze ouder worden, zullen we leerlingen meer ruimte geven voor eigen initiatief. Die cultuur van vertrouwen bepaalt eveneens de relaties tussen directie, onderwijzend en ondersteunend personeel, ouders en leerlingen.

2. zorg dragen voor leerlingen – ‘Cura personalis’

Ignatiaanse opvoeding is een weg van persoonlijke groei. Dit veronderstelt een individuele aandacht en zorg (‘cura personalis’) voor onze leerlingen en een volgehouden concentratie op hun ontwikkeling. Telkens proberen we de leefwereld, de talenten en de beperkingen van iedere leerling zo goed mogelijk in te schatten. Hierop stemmen we de didactisch-pedagogische aanpak af. Waar nodig, zullen we differentiëren. Alleen een leerling die zich op een aangepaste manier aangesproken weet, kan immers vorderingen maken. We bemoedigen en helpen leerlingen, vooral als ze het moeilijk hebben in hun studies of door persoonlijke omstandigheden. Zorg dragen houdt ook nazorg in bij een eventuele mislukking. Deze zorg ligt in de eerste plaats bij de leerkracht en bij uitbreiding bij de leerlingenbegeleiding, het zorgteam of externe hulp. Ouders zijn hierbij onze partners bij uitstek.

3. uitdagen tot meer – ‘Magis’

We willen onze leerlingen uitdagen om hun talenten voluit te ontwikkelen. We moedigen hen aan om het beste uit zichzelf te halen op intellectueel, artistiek, technisch, sociaal, religieus en sportief gebied. Op die manier tonen we respect voor de kwaliteiten van elke leerling. Daarbij gaat het er niet om beter te zijn dan de anderen, maar om talenten ten dienste te stellen van medemensen. Groei is nooit gericht op zelfontplooiing alleen, maar ook gericht op het welzijn van de andere en de wereld. We dagen leerlingen uit tot meer naastenliefde, dienstbaarheid en solidariteit. Het is de bedoeling dat leerlingen hun eigen interesses ontdekken, hun eigen verlangens op het spoor komen. Mede daarom bieden onze scholen een breed scala van buiten-klassikale activiteiten aan. Omdat in deze activiteiten zo veel mogelijk andere talenten aangesproken worden, vormen ze een essentieel deel van onze opvoeding.

4. smaak geven – ‘Non multa sed multum’

In plaats van de hoofden van leerlingen te overladen met kennis, willen we hen smaak geven in kennen en kunnen. ‘Veel’ is vaak synoniem van oppervlakkig, versnipperd, vluchtig. De leerkracht zoekt een stimulerend aanbod voor de leerlingen en zet aan tot persoonlijke verwerking en uitdieping. Daarbij proberen we het verlangen van leerlingen te wekken en daarop in te spelen. Zo laten we hen niet alleen ‘van buiten’, maar vooral ‘van binnen’ leren. Want alleen wie zich het geleerde actief eigen maakt, leert echt bij. Ook volhouden, zelfs als de leerstof taai en moeilijk is, geeft smaak en is een vorm van ervarend leren. De school biedt hiertoe een evenwichtig studiekader waar stilte, orde en regelmaat ademruimte geven.

5. reflecteren en kritisch kiezen – Onderscheiden

Terugblikken op ervaringen en erover reflecteren maakt deel uit van de ignatiaanse pedagogie. Leerlingen staan geregeld stil bij wat ze geleerd en beleefd hebben en bij wat dat innerlijk met hen doet. Dit betekent dat zij verstandig leren omgaan met informatiebronnen en media, met allerhande opinies en ideeën. We helpen hen bij de reflectie over wat belangrijk is voor henzelf en voor anderen. We willen hen leren onderscheiden waar het echt op aankomt in het eigen leven, waar hun diepste interesses liggen. Dit moet hen helpen goede keuzes te maken. Reflectie krijgt een plaats in klasactiviteiten, maar is bovendien een rode draad doorheen het hele schoolleven. Zo kunnen ook leerkrachten, directieteams en de andere leden van de schoolgemeenschap zelf de rijkdom ervaren van de ignatiaanse onderscheiding.

6. de hele mens vormen – Bekwaam, bewust, bewogen

Ons onderwijs legt zich niet alleen toe op intellectuele vorming. Het gaat veel breder. Behalve naar kennisopbouw streven we ook naar sociaal-emotionele, affectieve, technische, sportieve, culturele en religieuze ontwikkeling. We hebben aandacht voor gezondheidsopvoeding en relationele vorming. We willen ‘hoofd, hart en handen’ aanspreken. Voor een dergelijk evenwichtig vormingsaanbod is een veilige leeromgeving belangrijk. Welbevinden en betrokkenheid verhogen immers aanzienlijk de ontplooiingskansen van de leerlingen. Uiteindelijk hopen we dat onze leerlingen met al hun talenten uitgroeien tot bekwame mensen, bewust van wat er in de wereld omgaat en bewogen door de noden van anderen.

7. samen werken, samen leven – Eenheid in verscheidenheid

Bij de ontwikkeling van de hele persoon behoort ook het bevrijdende besef dat we er niet alleen voor staan. We hebben de anderen nodig en zijn verantwoordelijk voor elkaar. We hebben niet voor elkaar gekozen en toch worden we uitgenodigd om samen te leven en samen te werken. De school is bij uitstek een oefenplaats voor het samenleven. Daarom nemen we initiatieven om het gemeenschapsgevoel te bevorderen. Verder bouwen we aan een schoolcultuur van gezamenlijke reflectie en overleg, van spreek- en luisterbereidheid. Zo kunnen we als school komen tot gemeenschappelijk gedragen beslissingen. De culturele en levensbeschouwelijke verscheidenheid binnen onze colleges is daarbij geen hinderpaal, maar juist een rijkdom: de veilige schoolomgeving biedt alle kansen om te oefenen in het samenleven met respect voor ieders eigenheid. Dit is op termijn een dienst aan de bredere samenleving.

8. perspectieven openen

Onze scholen zijn een microkosmos, maar de wereld is zoveel breder. We willen met een open blik kijken naar die wereld, zowel in haar schoonheid als in haar kwetsbaarheid en gebrokenheid. De eigen leefwereld in een breder perspectief plaatsen, is een kerntaak van ons onderwijs. We doen dit vanuit de overtuiging dat de wereld ons gegeven is en dat we uitgenodigd worden om er zorg voor te dragen. Elk vak kan hiervan getuigen en zo bijdragen tot een brede en geëngageerde blik op de wereld. Doorheen de zichtbare werkelijkheid kan er zo voeling groeien met het onzichtbare: de ervaring dat we God kunnen zoeken en vinden in alle dingen. De inspiratiebron voor deze visie is het christelijk geloof en in het bijzonder het evangelie. Pastorale en religieuze activiteiten hebben daarom een belangrijke plaats. Dit geloof impliceert ook respect voor en dialoog met mensen van andere religies en met al wie het goede nastreeft.

9. zorg dragen voor de wereld – ‘En todo amar y servir’

Vanuit de vorming van de hele mens, vanuit de open en hoopvolle blik op de wereld en vanuit de kritische reflectie willen we onze leerlingen aanzetten tot actie. We hopen dat ze, elk op hun plaats en naar best vermogen, de verantwoordelijkheid opnemen om onze wereld rechtvaardiger te maken, door een bijzondere aandacht voor de armen en de zwakken in onze samenleving en door respect voor het leefmilieu. Voor velen vormt de actieve inzet trouwens een bron van verdieping en een uitnodiging om te zoeken naar zingeving. Zo houden inzet en reflectie elkaar in beweging. Dit engagement wordt op school concreet gemaakt zowel in de vakken als in sociale en ecologische projecten. Als school willen we zo een motor voor verandering zijn.

10. handelen in dankbaarheid – Terugblik

Handelen in dankbaarheid is de grondtoon van de voorgaande bewegingen. Die dankbaarheid is gefundeerd op het christelijk vertrouwen dat ons leven een geschenk is. De verhouding tot onze leerlingen is gekleurd door de dankbaarheid dat we getuige mogen zijn van hun groei van kind naar jongvolwassene en daaraan een bijdrage kunnen leveren. Maar we beseffen dat kinderen en jongeren zich elk op een eigen manier ontwikkelen. En vaak plaatsen zij ons voor verrassingen. Dat inzicht maakt ons ook bescheiden en geeft ruimte voor zelfrelativering. We hopen dat onze leerlingen uitgroeien tot mensen die dankbaar terugblikken op wat hen aan levenskansen geschonken wordt en die anderen daarin willen laten delen.

 

B. De school is meer dan alleen het cognitieve

1. De cognitieve component omvat het verstandelijk functioneren van de persoon, zijn kennis en zijn intellectuele vaardigheden. Bij de ontwikkeling hiervan moet aandacht besteed worden aan de diverse vormen van intellectueel functioneren:

• het verwerven van kennis in brede zin,
• het geheugen,
• het toepassen van verworven informatie in nieuwe situaties,
• het creatief denken dat vooral oog heeft voor de verscheidenheid van oplossingswegen en het kritisch denken met de nadruk op het evalueren van informatie.
• het verwerven van leerstrategieën
• het denkstimulerend aspect, wat vooral leidt naar attitudevorming
2 . Opvoeden beoogt de harmonische ontplooiing van de totale persoonlijkheid.
Zij is een geordend geheel van cognitieve, dynamisch-affectieve en psycho- motorische componenten die elkaar doordringen.

• Met de dynamisch-affectieve component wordt het hele domein van de gevoelens, de motivatie, de interesses, attituden en waardepatronen bedoeld.
• De psycho-motorische component betreft de manuele en motorische vaardigheden van de persoon en de zintuigelijke activiteiten die hij op een persoonlijke manier beleeft en tot expressie brengt.

Beschouwingen m.b.t. de harmonische ontplooiing van de totale persoonlijkheid.

• Opvoeden is de aankomende jongere, een “mens-onderweg”, begeleiden om met zijn eigen aanleg en geaardheid een levensontwerp te ontdekken en te realiseren, dit in een open relatie met en in dienst van de anderen.

• We trachten de kinderen te verrijken: niet alleen op intellectueel vlak maar ook op het gebied van de gaven van het hart. Het is onze bekommernis immers om naast de ontplooiing van de geestelijke ontwikkeling ook de aandacht te trekken op mensen en dingen rondom ons maar ook op een ruimere wereld met daarin accenten naar een medevoelen met  anderen, naar een sociale gerichtheid, kortom naar schoonmenselijkheid, in dit alles verwijzend naar een christelijke geïnspireerdheid.

• Samenvattend zouden we kunnen zeggen dat we de kinderen voor ogen houden datgene wat de basis vormt voor de uitbouw van hun persoonlijkheid: “Hoe meer men weet, hoe meer men leeft.”
3 . Open school

Wij willen niet in een ivoren toren leven. Als de directeur elke morgen aan de collegepoort staat, is dat om duidelijk te maken: iedereen is hier welkom, zowel ouders als kinderen. Voor alle problemen, klein of groot zijn we bereid om te helpen. De directeur en de leerkrachten zijn op zovele momenten beschikbaar om alles in goede banen te houden, om moeilijkheden te bespreken en samen naar een oplossing te zoeken. Wij willen van ons college een tweede thuis maken waar het aangenaam is om te vertoeven ook als uw jongen of meisje het in de klas niet altijd even gemakkelijk heeft. Gelukkig zijn en graag naar school komen is wel echt het belangrijkste.

Print Friendly